Bedrijfshulpverlening (BHV)

Bedrijfshulpverlening is ervoor om de directe en indirecte nadelige gevolgen voor werknemers en in het bedrijf aanwezige personen bij ongevallen, brand en andere ongewenste gebeurtenissen (explosie, instorting, het vrijkomen van gevaarlijke stoffen, et.) zo veel mogelijk te beperken. Ook speelt de bedrijfshulpverlening een belangrijke rol bij de dreiging van calamiteiten zoals bij een bommelding.
De BHV vervult hierbij een voorpostfunctie.
Ze is bedoeld om in de periode die de professionele hulpverlening nodig heeft om ter plaatse op te kunnen treden, de calamiteit zo goed mogelijk te beheersen en het de professionele hulpverlening mogelijk te maken om zo snel mogelijk de hulpverlening over te nemen.

Belangrijk is een snel en effectief optreden en het zo nodig direct inschakelen van professionele externe hulpverleningsinstanties, zoals brandweer, ambulancediensten en eventueel ziekenhuizen. Goede communicatie en afstemming met externe hulpverleningsinstanties is essentieel.

Uit de Nota van Toelichting op het Arbobesluit, hoofdstuk 2, afdeling 4 blijkt dat de werkgever mede op grond van de RI&E invulling moet geven aan de bedrijfshulpverlening (BHV). Verder dient op grond van de Arbowet, artikel 5, vierde lid de RI&E aangepast te worden als de bedrijfssituatie en de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening daartoe aanleiding geven.
In de Arbeidsomstandighedenwet - en regelgeving zijn artikelen opgenomen m.b.t. de organisatorische en materiële voorzieningen op het gebied van BHV.

BHV in relatie tot andere wetgeving
Niet alleen in de Arbowet wordt bepaald dat een organisatie voorbereid moet zijn op het verlenen van hulp in het geval dat ongewenste situaties zich voordoen. Ook in het (nieuwe) Bouwbesluit, de Brandweerwet, de Wet Milieubeheer en andere wetgeving zijn bepalingen opgenomen om calamiteiten te voorkomen, of indien ze zich voordoen, adequaat op te kunnen treden.
Hierbij moet gedacht worden aan bouwkundige en technische voorzieningen (bv. vluchtwegen en brandmeldinstallatie) en organisatorische maatregelen (bijv. ontruimingsplan).

Door de directie Rampenbestrijding en Brandweer van het Ministerie van Binnenlandse Zaken zijn brandbeveiligingsconcepten (BBC’s) uitgegeven. BBC’s geven een kader voor het beveiligen van een activiteit of bouwwerk tegen brand. De BBC’s worden door een groot aantal gemeenten en brandweerkorpsen gebruikt voor het opstellen van maatregelen t.b.v. brandveiligheid en ontruiming in gebouwen.

De BBC’s worden verder gebruikt als input voor het opstellen van de gebruiksvergunningen. De gebruiksvergunningen worden door de gemeenten in samenwerking met de brandweer verstrekt.
Deze gebruiksvergunning zijn verplicht voor organisaties waarbij:
  • meer dan 50 personen kunnen verblijven in een gebouw
  • gevaarlijke stoffen in het gebouw zijn opgeslagen
  • dagverblijf wordt geboden aan meer dan 10 kinderen die jonger zijn dan 12 jaar (scholen, zwembaden, sporthallen, kinderdagverblijven)
  • nachtverblijf wordt geboden aan meer dan 10 personen die verzorging nodig hebben (verzorging- en verpleeghuizen)
  • huisvesting wordt geboden aan bejaarden
  • nachtverblijf wordt geboden aan meer dan 5 personen (kamerverhuur)
  • dagverblijf wordt geboden aan meer dan 10 personen met een lichamelijke en/of geestelijke handicap
In een gebruiksvergunning worden alle maatregelen opgenomen die nodig zijn om het brandveilige gebruik van een gebouw te waarborgen. Het betreft voor het grootste gedeelte bouwkundige- en alarmeringsvoorzieningen.
Daarnaast wordt vaak bepaald dat een ontruimingsplan aanwezig moet zijn.
Hier is aansluiting met BHV-regelgeving uit de Arbowet, waarin immers aan BHV’ers ontruimings- en communicatietaken toegewezen zijn. In de praktijk is gebleken dat de meeste ontruimingsplannen geen daadwerkelijke invulling vragen en geven voor de BHV- taken zoals deze binnen de Arbowet zijn opgenomen.

Inspectie
Het uitgangspunt bij een inspectie is dat bedrijven organisatorisch maatwerk moeten leveren, gebaseerd op een actuele en getoetste RI&E. Daarnaast moet ook de BHV zodanig opgezet zijn dat invulling wordt gegeven aan de bepalingen die door de brandweer en de gemeente zijn vastgelegd in de gebruiksvergunning. Voor de actieve inspecties is een goede projectvoorbereiding en een adequate op de bedrijfstak toegesneden inspectiemodule essentieel voor een goede afwikkeling van de inspectie. De interne instructie is hiervoor de basis.
Bij de inspectie zal de inspecteur de volgende stappen zetten:
  • De inspecteur gaat in eerste instantie na of BHV aanwezig is en of deze qua opzet en voorzieningen is toegesneden op het bedrijf (Dit is in alle gevallen maatwerkcontrole)
  • De verificatiepunten zijn leidraad bij de controle. In de projectvoorbereiding dient in de inspectiemodule BHV duidelijk te worden aangegeven en ingevuld te worden op welke
  • punten binnen dit project geïnspecteerd wordt
  • Als een bedrijf een gebruiksvergunning heeft wordt nagegaan of daarin al eisen voor de
  • ontruiming en/of de BHV opgenomen zijn. Veelal zullen bepalingen opgenomen zijn over het houden van ontruimingsoefeningen. In onze handhaving sluiten wij dan aan bij de bestaande eisen.
  • Als een organisatie gebruiksvergunningsplichtig is maar er kan geen vergunning getoond
  • worden dan wordt de gemeente daarvan in kennis gesteld. Dit dient te gebeuren via een algemene brief uit Gisai aan B&W van de gemeente. Dit is de enige stap en actie die wordt ondernomen t.a.v. de gebruiksvergunning.
  • Vervolgens wordt nagegaan of er (voldoende) BHV-ers zijn, of hun opleiding en training voldoet en of er door de BHV’ers geoefend wordt.
  • Verder wordt nagegaan of er veiligheidsinstructies in het bedrijf opgehangen zijn
  • Bij samenwerkende werkgevers wordt nagaan of de werkgever (contractuele) afspraken heeft
  • gemaakt met andere werkgevers over de onderlinge samenwerking op het gebied van BHV.
  • Tenslotte nagaan of BHV voldoende geoperationaliseerd is in het geval dat een deel van de
  • BHV-taken door het bedrijf is uitbesteed.
  • Verder wordt er gecontroleerd of BHV gebaseerd is op een actuele RI&E.
Verificatie punten BHV
1. Organisatie van de BHV. (Arbowet artikel 3 en 15, Arbo-besluit artikel 2.17 en 2.18) Arbo-wet artikel 8lid 1
  • De BHV-organisatie dient gebaseerd te zijn op een actuele en getoetste RI&E en de daaruit voortvloeiende restrisico’s.
  • De BHV-organisatie dient aan te sluiten op de in de gebruiksvergunning gestelde eisen betreffende ontruiming (indien vergunningsplichtig)
  • De gevaarssituaties die personen in het bedrijf kunnen bedreigen moeten bekend zijn en de daarbij behorende BHV-taken geregeld te zijn, zoals:
    • Verlenen van eerste hulp bij ongevallen
    • Beperken en bestrijden van brand en ongevallen
    • Alarmeren en evacueren aanwezige personen
    • Alarmeren externe hulpverlening
  • De volgende items dienen vastgelegd te zijn:
    • Namen en taken van de onderscheiden BHV’ers
    • Registratie van opleiding, training en oefening
    • Beschikbaarheid en de locatie van de (fysieke) uitrusting
    • In die gevallen waarbij de gemeentelijke gebruiksvergunning een
    • evacuatie- of ontruimingsplan voorschrijft moet aangegeven zijn welke taken de BHV’ers daarin hebben. Het ontruimingsplan, met instructie voor alle regelmatig in het pand verblijvende personen moet beschikbaar zijn
      • Verzamelplaats en registratie van in het perceel aanwezige personen bij ontruimingen
      • Communicatieplan voor zowel met interne als externe personen. ( rekening houden met buitenlandse werknemers). In kleinere, weinig complexe organisaties kan worden volstaan met een goede instructie
      • Plattegronden met o.a. vluchtroutes, verband - en blusmiddelen, ook t.b.v. de externe hulpverleningsinstanties, dienen opgehangen te zijn
  • Voorzien van de instemming van de medezeggenschap
  • De organisatie van de BHV deel dient kenbaar gemaakt te worden aan alle medewerkers, uitlenende organisaties en evt. ingeleend personeel
2. Aantal BHV’ers. (Arbobesluit artikel 2.19 en memorie van toelichting )
  • De bepaling van het noodzakelijke aantal BHV’ers in een bedrijf is maatwerk en dient gebaseerd te zijn op de (rest)risico’s welke volgen uit een actuele RI&E en is verder afhankelijk van de ligging en grootte van het gebouw(en), met de beschikbaarheid van externe hulpverleningsinstanties, met het aantal (ook niet-zelfredzame) normaal gesproken aanwezige personen en met de eisen uit de gebruiksvergunning.
  • Het minimum aantal BHV’ers, gerelateerd aan het aantal aanwezige werknemers is in het Arbobesluit als volgt bepaald:
    • < 50 werknemers ten minste een BHV'er beschikbaar
    • 50 < 100 werknemers ten minste twee BHV'ers beschikbaar
    • 100<150 werknemers ten minste drie BHV'ers beschikbaar
    • 150<200 werknemers ten minste vier BHV'ers beschikbaar
    • > 200 werknemers ten minste vijf BHV'ers beschikbaar
  • Verder kan nog als vuistregel gelden:
    • 250 - 500 werknemers circa 1% BHV’ers beschikbaar
    • >1000 werknemers circa 2% BHV’ers beschikbaar
  • Kleine werkgevers met niet meer dan 15 werknemers en normaal gesproken aanwezige personen mogen de BHV taken zelf vervullen mits voldoende deskundig.
  • Voor alleenwerkende werknemers dienen maatregelen getroffen te zijn om zichzelf in geval van nood snel in veiligheid te kunnen brengen dan wel hulp in te roepen.
Omdat in de fitnessbranche geen sprake is van werknemers maar wel van klanten, wordt door het Keurmerk Fitness de volgende richtlijn gehanteerd:
  • Minimaal 3 opgeleide BHV'ers in de organisatie (garantie kunnen geven dat tijdens openingstijden altijd iemand met BHV ingeroosterd kan worden.
  • Aantal aanwezige BHV'ers tijdens openingstijden is afhankelijk van het aantal aanwezige klanten in het fitnesscentrum en van de situering in het centrum:
    • < 100 klanten aanwezig minimaal 2 BHV’ers inroosteren
    • 101-250 klanten aanwezig minimaal 3 BHV’ers inroosteren
    • 251-500 klanten aanwezig  minimaal 4 BHV’ers inroosteren
    • 501- 750 klanten aanwezig 4 of meer BHV’ers inroosteren

3. Opleiding BHV’ers. (Arbobesluit artikel 2.21, Beleidsregel 2.21)
  • Verplicht basisopleidingprofiel beschreven in brochure BZK / Brandweer “Brandbeveiligingsconcept Bedrijfshulpverlening”.
  • Voor additionele risico’s, gebaseerd op actuele RI&E, moeten specifiek op die risico’s gerichte opleidingen worden gevolgd.
  • Certificaat afgegeven op basis van het basisopleidingsprofiel.
  • Vastgelegd moet zijn wie (BHV’er), wanneer en welke opleiding gevolgd heeft.
  • Vastgelegd budget voor de opleiding van BHV’ers.
4. Oefening BHV’ers. (Arbobesluit artikel 2.22 en n.a.v. antwoord op Kamervragen)
  • Gebaseerd op een actuele RI&E
  • Minimaal 8 uur opleiding en oefening per BHV’er per twee jaar
  • Als een ontruimingsplan verplicht is dan dienen ontruimingsoefeningen deel uit te
  • maken van de opleiding en oefening van de BHV’ers (vuistregel voor ontruiming: 1 keer per jaar)
  • Zowel de theoretische als praktische training/oefening van de BHV moet vastgelegd zijn
5. Veiligheidsinstructies. (Arbobesluit artikel 2.20)
  • In elke verblijfs- en / of werkruimte
  • Uitgevoerd conform Arbobesluit Hoofdstuk 8, V-G signalering.
6. Samenwerking. Werkgevers i.v.m. BHV (Arbobesluit artikel 2.18)
  • Gebaseerd op de actuele RI&E’en van de samenwerkende werkgevers.
  • Het BHV-plan bevat in ieder geval de taken, bevoegdheden en de verantwoordelijkheden van de deelnemers. Duidelijk moet zijn wie de coördinator is
  • Voorzien van instemming van de eventueel aanwezige medezeggenschap.
7. Uitbesteding BHV-taken. (Arbobesluit artikel 2.18)
  • Gebaseerd op een actuele RI&E. In een contract ( BHV-plan) dient vastgelegd te zijn wat de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn van de contractanten. Voorzien van de instemming van de eventueel aanwezige medezeggenschap.
Handhaving
Bij de handhaving is de eerste stap dat er wordt nagegaan of de BHV geregeld is, op wat voor manier dan ook. Kan dat niet worden aangetoond, dan zal er gehandhaafd moeten worden in de vorm van een waarschuwing. Overeenkomstig de Arbowet, art. 15 lid 1 dient er te worden verordonneerd, dat een en ander binnen een termijn van drie maanden geregeld moet zijn
Is het bedrijf / de werkgever in staat om enige vorm van BHV-organisatie aan te tonen, zal m.b.v. de algemene verificatiepunten voor de inspectie nagegaan dienen te worden of de AI het als voldoende accepteert. Tijdens de voorbereiding van projecten en de inspectiemodule BHV dient nauwkeurig aangegeven te worden waaraan de organisatie minimaal moet voldoen. Op deze basis van binnen de actieve projecten nader uitgewerkte algemene verificatiepunten zal er door de inspecteurs gehandhaafd worden. De handhaving met eisen dient te geschieden op basis van standaard geformuleerde eisen welke zo nodig voor specifieke bedrijfssituaties aangepast kunnen worden.