Dopingconvenant

Dopingautoriteit

De Dopingautoriteit is dé onafhankelijke anti-dopingorganisatie in Nederland. De missie van de Dopingautoriteit is het realiseren van een dopingvrije sport in Nederland, want sport is te mooi voor doping. Zij doet dat in opdracht van de overheid (ministerie van VWS) en de landelijke sport (NOC*NSF) en werkt daarbij met vele nationale en internationale organisaties samen.

De kernactiviteiten van de Dopingautoriteit zijn:
  • Het geven van voorlichting en advies aan topsporters en hun directe omgeving;
  • Het geven van voorlichting en advies aan sporters in sportscholen en fitnesscentra;
  • Het geven van voorlichting en advies aan begeleidend personeel;
  • Het verstrekken van informatie aan het algemeen publiek;
  • Het opsporen van overtredingen door het plannen en uitvoeren van dopingcontroles;
  • Het ontwikkelen en bewaken van de anti-dopingregelgeving en het voeren van juridische procedures;
  • Het verzamelen en ontsluiten van wetenschappelijke kennis;
  • Het beschikbaar maken en houden van informatie;
  • Het realiseren van internationale afstemming.
De Dopingautoriteit is 1 juli 2006 ontstaan uit de fusie van het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken (NeCeDo) en Doping Controle Nederland (DoCoNed). De officiële naam luidt: Stichting Anti-Doping Autoriteit Nederland, kortweg de Dopingautoriteit. Door de fusie zijn de preventie- en controletaken samengevoegd, waardoor de efficiëntie en slagkracht van het anti-dopingbeleid in Nederland verbeterd zijn.

Definitie van doping

Op de vraag ‘Wat is nu eigenlijk doping?’ komen vaak heel verschillende antwoorden. De een heeft het over ‘stimulerende middelen’ of over ‘het gebruik van niet-natuurlijke stoffen’ en een ander zegt ‘dat wat verboden is en op de dopinglijst staat’. Allemaal hebben ze een beetje gelijk.

Van simpel naar officieel
Een korte, simpele omschrijving van doping is: “Stoffen en methoden die verboden zijn door het Wereld Anti-Doping Agentschap (WADA).” Het gaat dus niet alleen maar om stoffen, ook zijn bepaalde methoden verboden. Eigenlijk is de definitie van doping nog breder.

Doping kan voorkomen in de vorm van bloed, injectievloeistof of in pillen

Officieel luidt de definitie van doping: “Een overtreding van een of meer bepalingen uit het dopingreglement.” Deze bepalingen zijn:
  • Aanwezigheid van verboden stof(fen) en/of verboden methode(n);
  • (Poging tot) het gebruik van verboden stof(fen) en/of verboden methode(n);
  • (Poging tot) gebrekkige medewerking;
  • Gebrekkige informatieverstrekking;
  • (Poging tot) manipuleren;
  • (Poging tot) bezit;
  • (Poging tot) handel;
  • (Poging tot) toediening;
  • Voor minder valide sporters geldt het verbod op ‘boosting’.
Deze definitie is opgesteld door WADA, het Wereld Anti-Doping Agentschap. Deze internationale anti-doping organisatie stelt jaarlijks de dopinglijst (= lijst met verboden stoffen en methoden) op die op 1 januari van kracht wordt. Was er vroeger nog sprake van meerdere dopinglijsten, sinds 2003 bestaat er wereldwijd maar één dopinglijst: dé WADA-dopinglijst.
De Dopingautoriteit maakt een letterlijke vertaling van de dopinglijst, stelt bovendien een uitgebreide lijst op van verboden stoffen én een lijst van veel gebruikte toegestane geneesmiddelen. Alle drie de lijsten zijn op de website van de Dopingautoriteit te vinden. De lijsten worden ieder jaar aan topsporters, sportartsen, sportbonden en anderen bekendgemaakt.

Wanneer komt een stof of methode op de dopinglijst?
Een stof of methode kan op de dopinglijst worden geplaatst indien deze aan minimaal twee van de volgende drie criteria voldoet:
  1. (mogelijk) prestatiebevorderend;
  2. (mogelijk) schadelijk voor de gezondheid;
  3. in strijd met de ‘Spirit of Sport’.
Met ‘Spirit of Sport’ worden de normen en waarden van de sport bedoeld, zoals Fair Play.

Wat voor stoffen en methoden staan er op de dopinglijst?
De middelen en methoden die op de dopinglijst staan, kunnen ook vaak in de geneeskunde worden toegepast. Zo is bloeddoping een verboden methode, maar bij extreem bloedverlies bij een ongeluk is het geven van een bloedtransfusie van levensbelang. Ook zijn er lichaamseigen stoffen, zoals het mannelijke geslachtshormoon testosteron en afgeleiden daarvan, die als doping kunnen worden gebruikt.
De indeling van de dopinglijst is in eerste instantie misschien niet altijd even logisch. Zo vormen glucocorticosteroïden een aparte groep, terwijl deze stoffen ook tot de hormonen kunnen worden gerekend. De indeling is namelijk historisch bepaald en niet gebaseerd op een medisch-biologische indeling van stoffen en methoden. De kans dat voedingsmiddelen doping bevatten is te verwaarlozen.

Hoe zit het dan met voedingssupplementen?
Voedingssupplementen, zoals eiwitpreparaten, vitamines en mineralen, die in Nederland worden verkocht zijn geen doping. In het buitenland kunnen dopinggeduide stoffen zoals DHEA soms wel als voedingssupplement worden verkocht.
Voedingssupplementen kunnen verontreinigd zijn met doping. Dat komt omdat er bij de productie van voedingssupplementen minder strenge eisen worden gesteld aan hygiëne dan bij geneesmiddelen. In fabrieken waar voedingssupplementen worden gemaakt, worden soms ook dopinggeduide stoffen verwerkt. Soms kan een grondstof van een voedingssupplement verontreinigd zijn met een dopinggeduide stof, of de gebruikte apparatuur is niet goed gereinigd nadat er een dopinggeduide stof is verwerkt. Wanneer dit het geval is, zal het voedingssupplement dus verontreinigd worden met het dopinggeduide middel. Hoewel het om kleine hoeveelheden gaat loopt een sporter wel het risico dat het middel bij de dopingcontrole wordt gevonden.

Voedingssupplementen die voldoen aan NZVT zijn het veiligst

Kan een sporter dan nog wel gebruik maken van voedingssupplementen?
Dat kan wel, maar hij/zij moet erop letten dat hij/zij dan een voedingssupplement kiest dat getest is op de aanwezigheid van doping. In Nederland kan een sporter nagaan of een voedingssupplement voldoet aan de eisen van de Nederlands Zekerheidssysteem Voedingssupplementen Topsport, ofwel het NZVT.
Producenten van supplementen kunnen hun producten per partij, of productie-eenheid, ook wel batch genoemd, aanbieden om te laten onderzoeken op de aanwezigheid van dopinggeduide stoffen. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat het aangeboden product geen dopinggeduide stoffen bevat, wordt de batch van dit product op de NZVT-lijst geplaatst. Sporters kunnen aan de hand van de combinatie van productnaam en batchnummer op de NZVT-lijst controleren of het product aan de NZVT-norm voldoet.

Bron: www.dopingautoriteit.nl

Het Keurmerk Fitness voert een antidopingbeleid en vraagt dat ook van fitnessondernemers. Om zich daaraan te conformeren zal gevraagd worden een doping convenant te ondertekenen.
Daarin is aangegeven:
  1. bekend te zijn met de informatie “Wettelijke aanpak handel in dopinggeduide middelen” en de “WADA dopinglijst 2010”
  2. samen met het personeel zorg te dragen voor een beleid binnen het centrum dat gebruik van dopinggeduide middelen tegengaat, zulks op straffe van het verlies van de erkenning van de Stichting Landelijke Erkenningsregeling Fitness (LERF) Keurmerk Fitness
Het Keurmerk Fitness sluit niet uit dat in de nabije toekomst een aantal aanvullende eisen worden gesteld.