Over ontruimingsplannen

Waarom?

In oktober zijn jaarlijks de Nationale Brandpreventieweken. Zoals op de site www.brandpreventieweek.nl wordt aangegeven is het belangrijk om naast een goed ontruimingsplan regelmatig ontruimingsoefeningen te houden in de praktijk.

Uit onderzoek van de Nationale Brandwonden Stichting in samenwerking met de stichting Brandpreventieweek blijkt dat vluchtwegen vaak ontbreken of onvoldoende bekend zijn. Deze tekortkomingen komen pas naar voren wanneer het plan in de praktijk wordt uitgevoerd.

Om organisaties, waaronder zorgcentra, te ondersteunen bij het ontwikkelen van een ontruimingsplan heeft NEN in samenwerking met de experts uit het werkveld, richtlijnen opgesteld, waaronder de NTA 8112-reeks. In deze reeks is voor de meeste gebouwfuncties een leidraad opgesteld, zoals voor kantoorgebouwen en gezondheidszorggebouwen.

Wat zeg NEN?

NTA 8112-reeks wordt NEN 8112

Sinds kort is er een Nederlands normontwerp verschenen waarmee een ontruimingsplan voor alle soorten gebouwen kan worden gemaakt. Deze NEN 8112 zal na officiële publicatie aan het einde van dit jaar de volledige NTA-reeks vervangen.

Op basis van een goed ontruimingsplan kan er in de praktijk worden geoefend met het daadwerkelijk ontruimen van gebouwen. Het gaat bij deze oefening niet om het nalopen van het plan, maar om het fysiek ontruimen van mensen uit het gebouw. Het oefenen van deze ontruimingen is waarschijnlijk voor zorgcentra minstens zo belangrijk als voor kantoorgebouwen, in verband met de beperkte mobiliteit van patiënten.

Meer informatie

Wanneer u meer informatie over het opstellen en oefenen van een ontruimingsplan wilt, kunt u contact opnemen met NEN-Arbeid, telefoon (015) 2690 357, arbeid@nen.nl.

Cursus Ontruimingsplan

NEN organiseert in 2010 de eendaagse cursus Ontruimingsplan. In deze cursus maakt u een concept voor een ontruimingsplan conform NEN 8112. Dit concept is specifiek bestemd voor kantoor- en openbare gebouwen. Na afloop kunt u in uw eigen organisatie aan de slag met het opstellen van een ontruimingsplan.

Zie: www.nen.nl
www.Ontruimenmoetjeoefenen.nl

Onderhoud brandslanghaspels

Het onderhoud van brandslanghaspels is een lastige. Deze veiligheidsvoorziening valt namelijk onder verschillende vormen van wetgeving en bijbehorende normen.
Eigenaren van leidingwaterinstallaties met kans op legionellabesmetting, zoals campings, ziekenhuizen, verzorgingshuizen, hotels en gevangenissen dienen zich te houden aan de wet- en regelgeving die van toepassing is op het beheer ervan. Dit om besmetting van de watergebruikers met de legionellabacterie te voorkomen.

NEN 1006

Brandslanghaspels kunnen deel uitmaken van zo'n collectieve leidingwaterinstallatie in een gebouw. Omdat de kranen ervan maar zelden worden geopend kunnen ze worden beschouwd als 'dode leidingeinden', zoals die bij installaties in het kader van NEN 1006 moeten worden voorkomen. Daar kan ophoping en vermenigvuldiging van de bacteriën immers het eerst ontstaan. En bij een voorgeschreven periodieke thermische desinfectie worden deze plekken niet (goed) bereikt.

Beveiliging

Daarom dient de aansluiting van de brandslanghaspel aan de installatie al bij het begin te worden beveiligd met een terugstroombeveiliging. Deze valt onder het onderhoudsplan dat moet worden opgesteld als onderdeel van het beheerplan dat voor collectieve waterleidinginstallaties wordt voorgeschreven vanuit de overheid. Tot zover de Legionellawetgeving.

Gebruiksbesluit

Vanuit het Besluit Brandveilig Gebruik Gebouwen dient de brandslanghaspel ook nog eens als brandblusmiddel 'eenmaal per jaar op adequate wijze te worden gecontroleerd'. En dat moet gebeuren volgens NEN-EN 671-3. Eenmaal per vijf jaar moet hij volgens die norm worden onderworpen aan een persproef tot 1200 kPa. De norm geeft aan dat de informatie hierover mag worden vastgelegd in het logboek van het Legionellebeheerplan.

NEN-EN 671

Deze NEN-EN 671 deel 3 'Vaste brandblusinstallaties - Slangsystemen - Deel 3: Onderhoud van slanghaspels met vormvaste slang en slangsystemen met plat-oprolbare slang' is het afgelopen jaar vernieuwd. Wanneer de brandblusinstallatie een afzonderlijke installatie is, die slecht op één punt is gekoppeld aan de collectieve leidingwaterinstallatie dus met maar één beveiligingseenheid, dan is het onderhoudsplan in het kader van de legionellawetgeving snel gemaakt. En het onderhoudswerk al net zo snel uitgevoerd. Als alle brandslanghaspels afzonderlijk zijn aangesloten, dan wordt het werk bij de periodieke controle of inspectie, en het bijhouden van het logboek hierover, al een stuk meer.

Vakbekwame installateur

Onderhoud en inspectie dienen zoals gezegd te worden uitgevoerd volgens de nieuwe NEN-EN 671-3, en wel door wat wordt genoemd 'een vakbekwame installateur'. Bij voorkeur zijn dat hiervoor gecertificeerde installateurs. De installatie-eigenaren zijn hiertoe niet direct verplicht, maar als zij dat wel doen dan hebben ze meer zekerheid te hebben voldaan aan hun wettelijke (zorg)plicht voor veilig drinkwater en een brandveilig gebouw.
Wanneer de leidingwaterinstallatie zelf bij ontwerp en aanleg voldoet aan de enkele jaren geleden herziene NEN 1006 dan is tevens al het mogelijke gedaan om legionellabesmetting te voorkomen.

Meer informatie

Voor meer informatie en over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Jacques van den Hoorn, Consultant Gas & Water, telefoon (015) 2 690 177, e-mail: bouw@nen.nl.